Deel 1: Inleiding tot duurzame consumptie

Leeftijd:

a) 18-29
23.66%
b) 30-39
17.23%
c) 40-49
17.62%
d) 50-59
18.5%
e) 60-69
16.55%
f) 70-
6.43%

Geslacht:

a) Vrouw
55.06%
b) Man
44.94%

Vraag 1.1

Welke van de onderstaande taken zijn naar uw idee de belangrijkste taken voor de toekomst?

(Kies maximaal drie antwoordmogelijkheden)

a) Het veiligstellen van natuurlijke hulpbronnen
55.37%
b) Het veiligstellen van economische groei
14.06%
c) Het scheppen van banen
23.05%
d) Het beschermen van het milieu
59.18%
e) Het waarborgen van goed bestuur
25.78%
f) Het omgaan met migratie
7.52%
g) Het ontwikkelen van nieuwe technologieën
21%
h) Het verbeteren van de volksgezondheid
23.14%
i) Het vergroten van de veiligheid
7.91%
j) Het vergroten van de sociale rechtvaardigheid
31.93%

Of (één antwoordmogelijkheid)

k) Geen van bovenstaande
0.39%
l) Ik geef liever geen antwoord
1.56%

Vraag 1.2

Hoe betrokken bent u bij duurzame consumptie?

(Kies één antwoordmogelijkheid)

a) Zeer betrokken
46.43%
b) Enigszins betrokken
45.74%
c) Niet erg betrokken
6.17%
d) In het geheel niet betrokken
0.88%
e) Ik geef liever geen antwoord
0.78%

Vraag 1.3

Wanneer ik afstanden tot 10 km afleg,

(Kies één antwoordmogelijkheid)

a) Ga ik bij voorkeur met het openbaar vervoer
29.65%
b) Ga ik bij voorkeur met mijn eigen auto
36.99%
c) Ga ik bij voorkeur op de fiets
19.37%
d) Ga ik als het even kan lopen
13.41%
e) Ik geef liever geen antwoord
0.59%

Vraag 1.4

Waardoor laat u zich voornamelijk leiden bij de keuze voor een voedingsmiddel?

(Kies maximaal twee antwoordmogelijkheden)

a) Ik koop producten met zo min mogelijk verpakking en probeer voedselverspilling tegen te gaan
34.12%
b) Ik koop bij voorkeur voedingsmiddelen die gemakkelijk en snel te bereiden zijn
15.34%
c) Ik koop bij voorkeur gezond voedsel
62.93%
d) Ik koop bij voorkeur voedingsmiddelen met hoge duurzaamheidsnormen (bv. respect voor mensenrechten en het milieu)
26.84%
e) Bij de keuze van producten laat ik me voornamelijk leiden door de prijs
38.45%
f) Ik geef liever geen antwoord
0.79%

Vraag 1.5

Wie moet volgens u de grootste verantwoordelijkheid nemen bij het streven naar duurzamere consumptie?

(Kies maximaal twee antwoordmogelijkheden)

a) De individuele burger
66.47%
b) Niet-gouvernementele organisaties (ngo’s)
3.55%
c) Bedrijfsleven en industrie
23.37%
d) Lokale en/of regionale overheden
14.69%
e) Nationale politici en overheden
40.34%
f) De EU en haar instellingen
24.85%
g) De VN en andere supranationale organisaties
12.03%

Of (één antwoordmogelijkheid)

h) Ik geef liever geen antwoord
0.99%

Vraag 1.6

Welke beleidsinstrumenten zouden volgens u moeten worden ingezet om duurzame consumptie te bevorderen?

(Kies maximaal twee antwoordmogelijkheden)

a) Het vaststellen en afdwingen van normen voor duurzame productie en duurzaam gebruik
31.92%
b) Het houden van voorlichtingscampagnes die burgers stimuleren om hun consumptiepatronen te veranderen en laten zien hoe ze producten op duurzame wijze kunnen gebruiken en wegdoen
51.72%
c) Het zodanig etiketteren van producten dat burgers producten die duurzaam zijn geproduceerd gemakkelijker herkennen
25.12%
d) Het goedkoper maken van duurzame consumptie door subsidies en het verhogen van de prijzen van niet-duurzame producten door belastingen
51.72%
e) Het verbieden van de productie en invoer van niet-duurzame producten en diensten
25.02%

Of (één antwoordmogelijkheid)

f) Geen van bovenstaande
0.79%
g) Ik geef liever geen antwoord
0.89%

Deel 2: Overgang naar duurzamere consumptie

Vraag 2.1

Welke van onderstaande rollen is volgens u de belangrijkste rol die burgers zouden moeten hebben in de overgang naar duurzame consumptie?

(Kies één antwoordmogelijkheid)

a) Een consumentenrol – proberen producten te kopen en diensten te gebruiken die duurzamere consumptie bevorderen
37.88%
b) Een politieke rol – stemmen voor politici die duurzaamheid stimuleren, het ondertekenen van petities etc.
9.91%
c) Een ‘collectieve actie’-rol – deelnemen aan gemeenschapsactiviteiten ten gunste van duurzaamheid (bv. organiseren van mandjes met lokale producten, werken als vrijwilliger bij ‘reparatiecafés’, deelnemen aan samenwerkingsverbanden op het gebied van duurzame energie, carpooling)
30.32%
d) Een stimuleringsrol – het motiveren van familie, vrienden en sociale netwerken om op duurzame wijze te consumeren
18.55%
e) Het zou niet de rol van burgers moeten zijn
2.45%
f) Ik geef liever geen antwoord
0.88%

Vraag 2.2

Welke economische maatregelen om het dagelijkse vervoer duurzamer te maken, vindt u het meest acceptabel?

(Kies maximaal twee antwoordmogelijkheden)

a) Meer belasting heffen op fossiele brandstoffen
5.26%
b) Hogere belastingen op voertuigen die meer vervuilend zijn dan andere voertuigen
23.39%
c) Tolheffing op snelwegen en beperkte toegang voor auto’s in stadscentra
12.28%
d) Gunstige leningen voor de aankoop van milieuvriendelijke auto’s
27.78%
e) De investeringen in infrastructuur verschuiven van individuele automobiliteit naar een kwalitatief beter aanbod van openbaar vervoer (bv. gereserveerde rijstroken, snellere treinen, ov-vriendelijke stedelijke planning)
53.51%
f) Belastingprikkels om alternatieven voor individueel autovervoer te stimuleren (bv. voor carpooling, openbaar vervoer, fietsgebruik, thuiswerken)
50.1%

Of (één antwoordmogelijkheid)

g) Geen enkele economische maatregel
1.56%
h) Ik geef liever geen antwoord
1.46%

Vraag 2.3

Hoe zouden overheidsinstanties consumenteninformatie over de duurzaamheid van producten volgens u kunnen verbeteren? Ze zouden zich moeten richten op:

(Kies één antwoordmogelijkheid)

a) Eenvoud: vereenvoudig en standaardiseer bestaande duurzaamheidslabels
34.74%
b) Uitgebreidere informatie: geef meer informatie over meer producten
11.25%
c) Controle: strikte controle op informatie en beweringen over producten
24.07%
d) Scholing: leer consumenten de informatie op producten en in advertenties beter te begrijpen
28.18%
e) Geen van bovenstaande
0.88%
f) Ik geef liever geen antwoord
0.88%

Vraag 2.4

Wat zouden beleidsmakers in de EU volgens u moeten doen om de energie-efficiëntie te verbeteren, het aandeel duurzame energie te vergroten en de uitstoot van broeikasgassen te verminderen?

(Kies één antwoordmogelijkheid)

a) Doelen stellen voor lidstaten, en specificeren hoe deze doelen bereikt moeten worden
21.83%
b) Doelen stellen, maar het aan de lidstaten overlaten hoe zij die doelen bereiken
32.85%
c) Het stimuleren van de overgang van de ene technologie naar de andere om doelstellingen te bereiken
36.06%
d) Het aan de lidstaten zelf overlaten
5.95%
e) Ik geef liever geen antwoord
3.31%

Vraag 2.5

Hoe zouden beleidsmakers moeten inspelen op bottom-up-duurzaamheidsinitiatieven en burgerinitiatieven (zoals mandjes met lokale voedingsmiddelen, gemeenschappelijk tuinieren en koken, samenwerkingsverbanden op het gebied van duurzame energie, het delen van gereedschap etc.)?

(Kies één antwoordmogelijkheid)

a) Financiële ondersteuning bieden (bv. subsidies, belastingvoordelen, partnerschappen, projectfinanciering, prijzen)
52.39%
b) Begeleiding en administratieve ondersteuning bieden
17.6%
c) Politieke ondersteuning en erkenning bieden
14.27%
d) Burgerinitiatieven aan burgers zelf en aan de markt overlaten
13.1%
e) Ik geef liever geen antwoord
2.64%

Deel 3: Consumptievermindering

Vraag 3.1

Zou u bereid zijn vrijwillig uw consumptie te verminderen?

(Kies één antwoordmogelijkheid)

a) Ja
89.79%
b) Nee
7.56%
c) Ik geef liever geen antwoord
2.65%

Zo ja, op welk gebied zou u daartoe het meest bereid zijn?

(Kies één antwoordmogelijkheid)

a) Producten, bijvoorbeeld het niet kopen van spullen die snel uit de mode zijn, het niet kopen van frequente upgrades van mobiele telefoons en andere elektronica, delen of leasen in plaats van kopen, tweedehands spullen kopen
37.6%
b) Vervoer, bijvoorbeeld door minder auto te rijden en minder te vliegen
4.92%
c) Voedselconsumptie, bijvoorbeeld door minder vlees te eten, alleen dat te kopen wat je daadwerkelijk gaat gebruiken, het niet kopen van voedingsmiddelen met negatieve duurzaamheidseffecten, zoals fruit of groente van buiten het seizoen
31.91%
d) Thuis minder energie en water gebruiken, bijvoorbeeld door de kamertemperatuur met 1°C te verlagen, te douchen in plaats van een bad te nemen, geen licht aan te doen als dat niet nodig is, de auto minder vaak te wassen
23.72%
e) Ik geef liever geen antwoord
1.86%

Vraag 3.2

Wat zou de EU eventueel moeten doen om ervoor te zorgen dat producten een langere levensduur krijgen?

(Kies maximaal twee antwoordmogelijkheden)

a) Betere producten: producenten vaker verplichten garanties af te geven en hogere productienormen afdwingen zodat producten langer meegaan
71.57%
b) Labelen: producten voorzien van labels waarop de duurzaamheid staat vermeld, zodat burgers voor duurzamere producten kunnen kiezen
27.45%
c) Repareerbare producten: Zorgen voor betere beschikbaarheid van reserveonderdelen en het gemakkelijker en goedkoper maken om producten te laten repareren
62.25%
d) De EU moet geen beleidsmaatregelen nemen die de levensduur van producten verlengen
3.92%
e) Ik geef liever geen antwoord
1.08%

Vraag 3.3

Vindt u dat overheidsinstanties marketingcampagnes moeten reguleren om de consumptie te verminderen?

(Kies één antwoordmogelijkheid)

a) Ja
80.37%
b) Nee
16.39%
c) Ik geef liever geen antwoord
3.24%

Zo ja, wat zouden overheidsinstanties dan moeten doen?

(Kies één antwoordmogelijkheid)

a) Ervoor zorgen dat reclameboodschappen producten niet onterecht als milieuvriendelijk bestempelen terwijl ze dat niet zijn
41.51%
b) Campagnes die aanmoedigen tot overconsumptie of verspilling verbieden, zoals “3 voor de prijs van 1”
21.25%
c) Ervoor zorgen dat elke reclameboodschap de duurzaamheid van het product vermeldt
19.05%
d) Marketingcampagnes voor duurzame producten ondersteunen
17.34%
e) Ik geef liever geen antwoord
0.85%

Vraag 3.4

De Europese Commissie adviseert de lidstaten om over te stappen van belasting op inkomen naar belasting op materiaalgebruik om tot een duurzamere samenleving te komen. Zou de belastingheffing moeten verschuiven van belasting op inkomen naar belasting op consumptie en materialen?

(Kies één antwoordmogelijkheid)

a) Ja
59.82%
b) Nee
24.56%
c) Ik geef liever geen antwoord
15.62%

Deel 4: Naar een “afvalloze” economie?

Vraag 4.1

De Europese Commissie heeft een langetermijndoelstelling geformuleerd, namelijk dat we uiterlijk in 2050 een economie hebben waarin niets wordt verspild en bv. materialen zo veel mogelijk worden hergebruikt. Onderdeel van het stimuleren van deze “kringloopeconomie” is de toepassing van de volgende afvalhiërarchie: verminderen, hergebruiken, recyclen en composteren, verbranden om energie op te wekken, op een vuilnisbelt storten. Wat zou volgens u het ambitieniveau moeten zijn?

(Kies één antwoordmogelijkheid)

a) We moeten de hoeveelheid afval die we produceren verminderen, maar dit is niet de meest urgente uitdaging voor de toekomst
16.67%
b) We moeten streven naar een economie waarin geen afval wordt geproduceerd, maar we moeten minder ambitieus zijn wat betreft de timing
38.33%
c) In 2050 moeten we koste wat kost een afvalloze economie hebben (bv. door middel van strenge regelgeving voor burgers en bedrijven)
40%
d) Het al dan niet realiseren van deze doelstelling moet aan de markt worden overgelaten
2.35%
e) Ik geef liever geen antwoord
2.65%

Vraag 4.2

Wat zijn volgens u de beste manieren om de totale hoeveelheid verspild voedsel te verminderen?

(Kies maximaal drie antwoordmogelijkheden)

a) Mensen bewust maken hoe ze voedselverspilling kunnen voorkomen (bv. door het verschil uit te leggen tussen ”ten minste houdbaar tot” en ”te gebruiken voor”, en hoe ze de boodschappen kunnen plannen, kunnen koken met restjes, voedsel kunnen bewaren etc.)
66.57%
b) Het bevorderen van innovatieve en slimme verpakkingen die opnieuw afsluitbaar zijn en die informatie geven over de versheid van een product
33.73%
c) Het stimuleren van “just-in-time”-productie (alleen produceren wat nodig is, in de juiste hoeveelheid en op het juiste tijdstip en de juiste plaats)
43.26%
d) Het aanbieden van toereikende porties voor zo min mogelijk verspilling
39.33%
e) Het gescheiden ophalen van voedselafval stimuleren door gemakkelijke en financieel aantrekkelijke composteringsregelingen aan te bieden
32.35%
f) Een gescheiden ophaalsysteem voor voedsel dat nog eetbaar is maar anders zou worden weggegooid
37.17%
g) Ik geef liever geen antwoord
0.29%

Vraag 4.3

Stel dat de EU zich voor de langere termijn tot doel stelt dat 80% van de oude mobiele telefoons moet worden hergebruikt en gerecycled. Wat denkt u dat de EU zou moeten doen om deze doelstelling te bereiken?

(Kies maximaal twee antwoordmogelijkheden)

a) Consumenten stimuleren om hun oude telefoon in te leveren als zij een nieuwe kopen (bv. door hen korting te geven op de nieuwe telefoon)
65.78%
b) Consumenten verplicht stellen om hun oude mobiele telefoon in te leveren als ze een nieuwe kopen
15.93%
c) Het stimuleren van regelingen voor het huren/leasen van mobiele telefoons in plaats van ze te kopen
6.19%
d) Het stimuleren van producenten om oude mobiele telefoons zo te maken dat ze makkelijk kunnen worden opgewaardeerd (nieuwe functies) en gerepareerd
33.63%
e) Het verplichten van producenten om telefoons zo in elkaar te zetten dat alle materialen gemakkelijk kunnen worden herwonnen en gerecycled
59%
f) De huidige doelstellingen voor herwinning, hergebruik en recycling zijn ambitieus genoeg
1.18%
g) Ik geef liever geen antwoord
0.49%

Vraag 4.4

Wat zou de EU moeten doen om de handel in zogeheten conflictmineralen, d.w.z. materialen die worden gewonnen in conflictgebieden en tot voordeel strekken van de strijdende partijen, tegen te gaan?

(Kies één antwoordmogelijkheid)

a) Een vrijwillige certificering invoeren voor bedrijven die grondstoffen op de markt brengen waaruit blijkt dat de grondstoffen geen conflictmineralen bevatten
17.84%
b) Het ontwikkelen van bindende wetgeving over conflictmineralen die de gehele productieketen omvat, van de mijn tot de eindgebruiker (bedrijven, consumenten)
42.75%
c) Prioriteit geven aan het ontwikkelen van economisch haalbare manieren voor het recyclen van producten die conflictmineralen bevatten
31.37%
d) Ze moeten er niet tegen optreden, maar het door de marktwerking laten bepalen
2.45%
e) Ik geef liever geen antwoord
5.59%

Vraag 4.5

In een afvalloze economie, wat kan de EU volgens u het beste doen als het gaat om import van grondstoffen en export van afval?

(Kies maximaal twee antwoordmogelijkheden)

a) De EU zou producten die zeldzame grondstoffen en mogelijk conflictmineralen bevatten binnen de EU moeten houden voor hergebruik en recycling
44.22%
b) De EU mag afval importeren van buiten de EU dat zeldzame grondstoffen en mogelijk conflictmineralen bevat, maar alleen als het op een duurzamer wijze kan worden verwerkt dan elders
18.24%
c) De EU moet gevaarlijke/giftige bestanddelen in producten (bv. elektrische apparatuur) geleidelijk verbieden
47.45%
d) De EU moet het (illegaal) transporteren van gevaarlijke afvalstoffen naar armere regio’s tegengaan
45.59%
e) Gevaarlijke afvalstoffen mogen naar derde landen worden geëxporteerd, maar alleen als eerlijke lokale werkomstandigheden en toereikende veiligheids- en milieubehandelingsnormen kunnen worden gegarandeerd
15%
f) Ik geef liever geen antwoord
3.24%

Vragen

1) Heeft uw deelname aan dit burgerpanel uw opvattingen over duurzame consumptie veranderd?

a) Ja, ze zijn nu positiever
62.83%
b) Ja, ze zijn nu negatiever
1.1%
c) Nee, ze zijn onveranderd gebleven
33.97%
d) Weet niet
2.1%

2) Zou u weer deelnemen aan een dergelijk burgerpanel als u hiervoor zou worden uitgenodigd?

a) Ja
88.56%
b) Nee
0.9%
c) Misschien
9.75%
d) Weet niet
0.8%
Geef aan in welke mate u het eens of oneens bent met de volgende stellingen:

3) “Ik vond de voorlichtingsbrochure en video’s evenwichtig en informatief”

a) Geheel mee eens
41.05%
b) Mee eens
50.8%
c) Neutraal
6.66%
d) Mee oneens
1.19%
e) Geheel mee oneens
0.3%

4) “De deelnemers aan de discussie aan mijn tafel presenteerden en bespraken uiteenlopende opvattingen en gezichtspunten”

a) Geheel mee eens
49.9%
b) Mee eens
42.43%
c) Neutraal
4.98%
d) Mee oneens
2.39%
e) Geheel mee oneens
0.3%

5) “In de toekomst zouden er vaker Europese dialogen als deze moeten zijn”

a) Geheel mee eens
69.28%
b) Mee eens
27.61%
c) Neutraal
3.01%
d) Mee oneens
0.1%
e) Geheel mee oneens
0%

6) “Ik ben van mening dat het burgerpanel waardevolle kennis heeft opgeleverd voor politici en beleidsmakers”

a) Geheel mee eens
33.03%
b) Mee eens
44.81%
c) Neutraal
17.62%
d) Mee oneens
3.83%
e) Geheel mee oneens
0.7%

7) “In het algemeen ben ik tevreden over de organisatie van het burgerpanel in mijn land”

a) Geheel mee eens
57.59%
b) Mee eens
35.48%
c) Neutraal
4.82%
d) Mee oneens
1.91%
e) Geheel mee oneens
0.2%